Grondvervuiling is niet altijd even eenvoudig op te sporen omdat het moeilijk is om te bepalen wanneer er spraken is van verontreiniging. Het komt soms voor dat een bepaalde stof al van nature uit in grote hoeveelheden aanwezig is in de bodem. Daarom is het belangrijk dat er naar de geschiedenis gekeken wordt voor men gaat verkondigen dat bodem vervuild is op een bepaalde plaats. Ook dieren, planten en bomen zorgen voor een schijn van vervuiling. Sommige ontrekken te veel van een bepaalde stof aan de bodem of geven een te veel van een bepaalde stof af. Gelukkig heeft de natuur een beperkte recuperatiekracht en kan zij deze natuurlijke vervuiling zelf oplossen.

Opsporen

De verontreiniging probeert men op te sporen door te gaan kijken in archieven en geschiedkundige boeken wat er vroeger op een bepaalde plaats was. Zo is de kans groot dat in of op de bodem van een oud industrieterrein gevaarlijke stoffen zijn te vinden.
Ook vanuit de lucht tracht men vervuiling proberen te vinden. Zo kan een kleurverandering van de bodem of een sterk gewijzigde plantengroei een teken zijn dat er verkeerde stoffen in de bodem zitten. Elke plant heeft zo zijn eigen voorkeur voor een bepaalde grondsoort, zuurtegraad en dergelijke. En net zoals mensen niet kunnen overleven als ze een gif zouden opdrinken kunnen planten dat ook niet.

Grote en aard vaststellen.

Om vast te stellen hoe groot de plaats van vervuiling is en om welke stoffen het gaat moet men een representatief aantal monsters van de plaats nemen. Een is dus zeker niet voldoende. Bij het nemen van stalen is het vaak handig dat er rekening gehouden wordt met wat er vroeger op de plaats was. Zo zal men op plaatsen waar kantoren hebben gestaan minder gauw iets vinden dan op een plaats waar de werkhuizen stonden. (Grond)waterstalen en luchtmonsters kunnen helpen om plaatsbepaling en de aard van de vervuiling vast te stellen.

Ook fysische eigenschappen van de bodem moeten onderzocht worden. Zo kan er gekeken worden naar de geleiding van elektriciteit. De ene stof brengt makkelijker stroom door (bv ijzer) dan de andere (bv plastiek). De temperatuur van het grondwater onderzoeken geeft soms ook meer gegevens. Een hogere temperatuur kan duiden op een hoge bacteriële werking. Dat zou kunnen betekenen dat er een stof zit die er niet thuis hoort.

De onderzoekers mogen vooral niet vergeten om rekening te houden met de grondwaterstromen. Via die weg kan de vervuiling zich soms verplaatsen. Daarom moet men gaan kijken hoe het water zich verplaats en naar waar het stroomt. En op die plaatsen ook monsters nemen.

 
Berichten
WaterAardeLawaaiLichtLucht
Klimaat