Zoals in de inleiding al werd aangehaald is er op twee plaatsen ozon te vinden en resulteert dat in twee verschillende verschijnselen. Een te weinig aan ozon, het gat in de ozonlaag en een te veel aan ozon, ozonsmog.

 

Het gat in de ozonlaag

Wat is nu het gat in de ozonlaag? Is het daar echt of niet? Eigenlijk is er helemaal geen gat in de ozonlaag. Computers kunnen gemakkelijk de verschillende ozonconcentraties naar kleurrijke prentjes vertalen. Boven de zuidpool en omringende landen is er soms een zeer lage ozonconcentratie. Wil het nu net lukken dat de computer die ozonconcentratie zwart kleurt met als gevolg dat het een gat lijkt. Je moet het nu ook weer niet gaan minimaliseren. Er is nog steeds een probleem. Op die plaats is er immers nog steeds te weinig ozon.

Om dat probleem aan te pakken heeft men in 1985 een eerste gedragscode opgesteld in Wenen In 1987 volgde een aanpassing te Montreal. Omdat die aanpassing nog niet ver genoeg ging werd in 1991 in Londen alles nog een beetje aangescherpt. In 93 werd het huiswerk te Kopenhagen opnieuw gemaakt. Het meest voorkomende punt in de gedragscode is de vermindering van de uitstoot van CFK's.

De vermindering van CFK's volgden min of meer de verdragen. Eerst had men de zogenaamde zachte CFK's. Deze bevatten ook waterstof en zijn twintigmaal minder agressief dan de gewone CFK's. Ze worden gemakkelijk afgebroken in de onderste luchtlagen. Spuitbussen maken nu gebruik van stikstof, lucht of koolzuurgas. Enkel voor de ontsmettingsstof methylbromide werd nog geen degelijk alternatief gevonden.

Ozonsmog

Ozonsmog is een verschijnsel dat vooral tijdens de zomermaanden optreed. Daarom wordt het ook wel eens zomersmog genoemd. Het staat totaal los van het gat in de ozonlaag.

>> Vorming van ozonsmog

Voor ozonsmog heb je veel zonlicht, warmte en vervuiling nodig. Onder invloed van het intense zonlicht kunnen bepaalde scheikundige stoffen, precursoren, gaan reageren en zo gevaarlijke ozonsmog vormen. De reactie wordt bevorderd door hoge temperaturen. Precies omdat er licht aan de pas komt, spreekt men ook van fotochemische smog. Een andere term is troposferische ozon en dit omdat alles zich afspeelt in de troposfeer.

Wetenschappers onderscheiden twee precursoren: stikstofoxiden (NO en NO2) en vluchtige organische stoffen, kortweg vos. Die laatste zijn een hele reeks ijle componenten afkomstig van auto's (maar liefst 48 procent in 1993), energiebedrijven, petrochemische installaties, drukkerijen, verven en oplosmiddelen. Stikstofoxiden worden vooral uitgebraakt door auto's (58 procent in '93), maar ook door elektriciteitscentrales (21 procent), industrie (17 procent) en gebouwenververwarming (4 procent). Het ozon wordt dus beneden gemaakt.

Niet alleen de mens zorgt voor het giftige ozon. Ook bij bosbrand en bliksem wordt er stikstofoxiden gevormd, zelfs sommige bomen en planten vormen vos. Natuurlijk is de hoeveelheid zeer klein zodat het niet schadelijk is.

>> Hoe schadelijk is ozonsmog?

De schadelijkheid van het ozonsmog wordt niet alleen bepaald door de hoeveelheid maar ook door de wind. Als er veel wind is wordt de smog gemakkelijk verspreid en verdund. Als er geen zuchtje wind is, stapelt de smog zich op en ontstaat er een sterke concentratie. Bij de windsterkte komt ook de windrichting. Als wij een zuidwesten wind hebben, komt die van over de Atlantische oceaan en is die meestal zuiver. Dus, dag ozon. Komt de wind uit zuidelijk of oostelijke hoek dan hebben pech. Van die kanten komt veel vuile lucht aangewaaid. Wil nu juist de oostenwind meestal warm weer meebrengen. Twee maal de rekening gepresenteerd dus: éénmaal voor het ter plaatste geproduceerde ozon, eenmaal voor de vergiftigde lucht van onze buren.

 
Berichten
OzonWoestijnBroeikasRegen
Vervuiling